TIJD
U
kent het vast wel: je wilt eigenlijk iets anders doen dan je nu aan het doen
bent. Je had eigenlijk aan iets anders willen beginnen. Maar nu moet je je tegen
je zin bezig houden met iets dat je al achter de rug had willen hebben. De taak
is nog niet af, je had iets afgesproken, beloofd, kortom, je komt er niet
onderuit. Maar onderhand gaat de tijd door! De laatste, loodzware, loodjes. Je ervaart het misschien als een onterecht
uitstel. Een tijd van
‘wachten totdat’ of van niet-gewilde tijdbesteding. Alsof je een hoeveelheid
tijd wordt afgenomen.. Tijd die je vrij had kunnen besteden als het resultaat er nu al
zou zijn geweest, je die taak nu al vervuld zou hebben. Hoe anders zou het zijn
als je nu al verlost was! Ja.. vrij! Alle tijd beschikbaar om er wat dan ook mee te
doen!
Ik heb nu vakantie. En dan heb je de tijd. Ik
besteed die op dit moment om te schrijven wat u nu leest. Ik had beloofd een tekst te schrijven, aan wie of waarom doet er nu niet toe, en kon er niet eerder
toe komen dan dit moment. Ik doe dit dus contre coeur. Maar ik moet, in ieder
geval van mezelf, en anderen wachten erop.
Zo op vakantie ben ik in de Orangerie beland, in Kensington Gardens in Londen, een schitterende voormalige kas, nu theehuis, bij Kensington Palace. Hoge ramen, stucwerk, marmeren vloer, grote potten met naar de hoogte reikende planten. In ieder geval, ik ben nu met vakantie en dan wil je de tijd benutten. Je wilt een hoop doen, als dat is waar je op uit bent, of je wilt juist helemaal niets doen, als dat is wat je wilt. Dus iets doen, terwijl je niets wilde doen, of juist omgekeerd, is verspilling van tijd die je zou willen besteden aan dat wat je eigenlijk wilt.
Stel
dat ik deze tekst maar door en door liet gaan en dat u hem niet kon wegklikken,
gedwongen was om uw ogen op de tekst te houden en te lezen, aan uw beeldscherm
vastgebrand. En dat de inhoud u hoe langer hoe minder zou kunnen boeien, totdat
er volstrekt zinloze reeksen letters overbleven. U was wel met een bepaalde
reden begonnen te lezen, maar gaandeweg ziet u de meerwaarde er niet meer van en
zou u alleen nog maar willen dat u aan het einde was.. Komt er dan niet
onontkoombaar een gevoel van beklemming, van machteloosheid bij u op: dat er
iets aan je voorbij gaat, de tijd, die je voor jezelf had willen houden maar die
je nu onherroepelijk door de vingers glipt, weg, verloren, verloren tijd?
Tijd
wordt dus vooral voor ons voelbaar, aan ons bewust, als je haar niet denkt te
hebben of denkt dat ze je wordt ontnomen. Weggenomen, ontvreemd door een
onbekende hand uit de grote buidel die we met ons meedragen; onze tijd, waarvan
we zo blij zijn als we die helemaal voor onszelf kunnen besteden.
Maar soms bevinden we ons in noodlottige omstandigheden, zoals boven beschreven. We moeten doorgaan met de activiteit, op de deels afgelegde weg, of dat nu is voor onszelf, voor anderen of voor allebei, maar in wezen doe je het op een gegeven moment met tegenzin. Je gaat verder, dat is natuurlijk een keuze maar zo ervaar je het helemaal niet; je voelt je alleen nog gedwongen en snakt naar ontsnapping.
Je denkt
vooral aan alles wat er nog op je te wachten ligt, de vreugdevolle zaken of
nuttiger taken die nu moeten worden uitgesteld. Eigenlijk had je er al aan
begonnen willen zijn. Waarom zit u bijvoorbeeld nu achter de computer?
Zijn er geen dringender zaken die u zou moeten doen? De tijd die je aan de activiteit van het hier en nu
besteedt lijkt je eigenlijk ontstolen te worden.
Het
is twijfelachtig of deze omkering van perspectief ons verder helpt. Of wij nu
denken dat de tijd ons bezit is of dat we de tijd zien als iets waar wij verslaafd
achteraan rennen, het baat ons niet. We zitten nog steeds met de tijd in ons
maag. Misschien kunnen er pas iets mee aanvangen als we de tegenstelling
ontstijgen. Als we onszelf niet zien als eigenaar of onderhorige van de tijd,
maar de tijd eens met rust laten en eens gaan kijken wat ze ons te zeggen heeft.
Als wij
bij de tijd kunnen zijn en de tijd bij ons, wat ontstaat er dan, wat word je je
gewaar?
In
de taal kennen we vele uitdrukkingen, ze zullen ongetwijfeld bij u zijn
opgekomen, die suggereren dat wij de tijd in bezit kunnen nemen of omgekeerd: ik
heb de tijd, we nemen er de tijd voor, daar is nu geen tijd voor. We hebben
daarstraks al gezien dat wij mensen de tijd niet kunnen bezitten. Maar hoe zit
het dan met de ervaring die achter deze
uitdrukkingen lijkt te liggen? En die toch ondubbelzinnig wijst op het wel of
niet bezitten van de tijd?
Dat is wat er gebeurt als we de tijd nemen. Niet in de zin van veel tijd ergens
voor inplannen, maar kwalitatief. Als we de tijd accepteren, als we ons
voortbewegen met de voortgaande tijd aan onze zijde. De tijd die ons de kans verschaft
om mogelijkheden te realiseren, zodat morgen voor ons anders zal zijn dan
vandaag. We kunnen niet alle mogelijkheden benutten. Het zijn er te veel, een
mensenleven lang. Voor sommigen zijn we nog niet klaar, de tijd is nog niet
rijp. Maar er zijn er genoeg die we zouden moeten benutten, of beter gezegd, die
we kunnen benutten, mettertijd.
En daar zitten we dan. U en ik.
Ik doe dat hier ook. Ik ga het even met jullie meevieren. Zojuist heb ik hier in de Orangerie een glas champagne besteld. En dat ga ik nu drinken.
(En als u denkt: 'Toe maar, hij wel!', zou ik u willen zeggen: Nou en? Neem er straks ook een! Ga gewoon genieten!!).
Proost!